Het Rotterdamse Vijfjarenactieprogramma - veronderstellingen en definities

Door AlexV op dinsdag 16 juli 2013 21:04 - Reacties (1)
Categorie: VJAP, Views: 1.636

Het is zover, het eerste jaar op de universiteit is voorbij. Gedurende dit eerste jaar van de opleiding Criminologie hebben we ons in verschillende vakken verdiept, waaronder de Criminologie zelf, Psychologie, Sociologie en Strafrecht, maar ook Methoden & Technieken (waar gekeken wordt naar het doen van onderzoek). In het laatste blok van dit jaar werd alle opgedane kennis gecombineerd en was de opdracht om een Bachelor 1 werkstuk te schrijven over het Rotterdamse Vijfjarenactieprogramma (hierna: VJAP), onderdeel van het Rotterdamse veiligheidsbeleid.


In deze en komende posts zal ik ingaan op dit VJAP, door middel van de verschillende onderdelen die tijdens het maken van het werkstuk aan bod zijn gekomen. Zo is namelijk gebleken dat het VJAP geen zuivere basis heeft, omdat de Veiligheidsindex (waar het VJAP zich op baseert) niet in alle aspecten betrouwbaar is. Ook blijkt dat doelstellingen niet zwart-wit gezien kunnen worden en dat niet elke maatregel effectief is, maar dat andere maatregelen juist meer dan effectief zijn. Naast het algemene aspect van het beleid, richt ik me ook specifiek op het thema 'huiselijk geweld'. Huiselijk geweld is een (bijna) onzichtbaar verschijnsel in de maatschappij en dat maakt het lastig om aan te pakken. De gemeente Rotterdam richt zich in het VJAP ook op huiselijk geweld en de aanpak hiervan, maar welke gevolgen heeft dit? In deze en aankomende postings zal onder andere naar deze gevolgen gekeken worden

Het eerste deel gaat over de veronderstellingen en definities die ten grondslag liggen aan het Rotterdamse VJAP. Wat veronderstelt de gemeente Rotterdam in het algemeen en wat zijn de veronderstellingen specifiek over huiselijk geweld? Welke definities gebruikt men en waar komen deze definities vandaan?

Hieronder volgt het eerste hoofdstuk van mijn werkstuk. Het is mogelijk dat er enkele vaktermen gebruikt worden, maar volgens mij is het allemaal relatief leesbaar.



Hoofdstuk 1: veronderstellingen en definities


Het Vijfjarenactieprogramma 2010-2014 (hierna: VJAP), als onderdeel van het veiligheidsbeleid, richt zich op het verbeteren van de veiligheid en verminderen van criminaliteit en overlast. Hoe de gemeente dit probeert te bereiken, zal in latere paragraven uitgebreid aan bod komen. Belangrijk voor het veiligheidsbeleid is om een duidelijke definitie te hebben van veiligheid en criminaliteit. Ook is het belangrijk om te weten wat de burger, waar het beleid uiteindelijk voor bedoeld is, verstaat onder deze begrippen. In deze paragraaf wordt gekeken naar de definitie van veiligheid en criminaliteit zoals deze in het beleid staat en ook wordt er gekeken naar het ontstaan van de begrippen. Ook de definitie van het kernthema, huiselijk geweld, zal besproken worden. Als laatste zal ook nog gekeken worden naar belangrijke veronderstellingen achter het VJAP.

Veiligheid als begrip
Veiligheid is niet direct een makkelijk begrip om uit te leggen. Van Dale definieert veiligheid als ‘het veilig-zijn’, waarbij veilig gedefinieerd wordt als ‘vrij van gevaar’. Maar wat is veiligheid nu werkelijk in concrete termen? De zorg voor veiligheid is een van de kerntaken van de overheid. Veiligheid hangt in zekere mate samen met zekerheid, een woord dat afstamt van het Latijnse securitas. In de tijd van de Romeinen was er sprake van securitas binnen de grenzen: rust en duurzaamheid. Later in de Middeleeuwen werd het begrip ook van toepassing op personen en goederen. De opvatting dat veiligheid duidt op de bescherming tegen criminaliteit en geweld vindt haar oorsprong in deze periode (Van Zuijlen, 2004).

Veiligheid als taak van de overheid is op te delen in twee onderdelen, namelijk de bescherming van de burger door de overheid en de bescherming van de burger tegen de overheid. In het VJAP van de gemeente Rotterdam wordt voornamelijk naar dit eerste aspect gekeken: hoe beschermt de gemeente haar inwoners? In het VJAP wordt niet direct een uitwerking gegeven van het begrip veiligheid. Te zien is dat de makers van het beleid een wijk als ‘veilig’ zien als de Veiligheidsindex een cijfer van 7+ of hoger heeft. Wat dit precies inhoudt zal in een latere paragraaf behandeld worden.

De verschoven focus: criminaliteit
Criminaliteit, een onderdeel van veiligheid, heeft een specifiekere definitie dan veiligheid. Wat exact onder criminaliteit valt, hangt af van de manier waarop er naar de samenleving gekeken wordt, de rol van de overheid en welke normen en waarden belangrijk geacht worden. Ook spelen de cultuur, de tijd en persoonlijke visie een belangrijke rol in de kijk op criminaliteit (Muller e.a. 2010: 19). In het kader van het VJAP is het aannemelijk dat onder criminaliteit alle handelingen met een wederrechtelijk karakter vallen.

Het verschuiven van de focus op criminaliteit naar de focus op veiligheid is eind jaren zeventig begonnen. Er werden vraagtekens gezet bij de effectiviteit van een puur strafrechtelijke aanpak van maatschappelijke problemen veroorzaakt door crimineel gedrag. De Noorse criminoloog Nils Christie stelde in een pleidooi dat zaken als mishandeling, diefstal, vandalisme en dergelijke in hoofdzaak problemen waren tussen mensen en dus ook door mensen opgelost moeten worden. Christie stelde dat het strafrechtelijk systeem deze problemen vaak opeist en vervolgens met een oplossing komt waar de slachtoffers zich niet in kunnen herkennen (Van de Bunt & Van Swaaningen, 2002).

De vragen bij de puur strafrechtelijke aanpak van criminaliteit werden beantwoord in het beleidsstuk samenleving en criminaliteit van het Ministerie van Justitie uit 1985. De overtuiging destijds was dat de politie dichter bij de burger moest komen te staan en dat er niet alleen gekeken moest worden naar de reactie op criminaliteit, maar dat er ook aandacht moest zijn voor de preventie. Er ontstond een integrale aanpak, waarbij politie ging samenwerken met instanties als Jeugdzorg, het OM, scholen en dergelijke. Tegelijk met het ontwerp van deze integrale aanpak ontstond de term ‘onveiligheid’. Het begrip onveiligheid werd gebruikt, omdat de focus niet meer slechts op criminaliteit moest liggen. Er moest ook worden gekeken naar andere gebeurtenissen (zoals ordeverstoringen, overlast en rampen) die invloed hebben op de burger en zijn gevoelens (Van de Bunt & Van Swaaningen, 2002).

Veronderstellingen en theorieŽn
Uit het beleidsstuk samenleving en criminaliteit blijken een aantal veronderstellingen en factoren waardoor de criminaliteit toeneemt. In het kort zijn deze factoren: de toegenomen welvaart, afgenomen invloed van gezinsverbanden, minder bereidheid tot conformeren aan de regels, langdurige werkloosheid en het verminderde toezicht. Deze vijf factoren zijn sterk gebaseerd op de bindingentheorie en de gelegenheidstheorie. De bindingentheorie stelt hier dat een tekort aan bindingen met de maatschappij leidt tot antisociaal en crimineel gedrag, mensen hebben weinig connecties met de personen en instituten en daardoor minder redenen zich normaal te gedragen. De andere theorie, de gelegenheidstheorie, stelt dat het vertonen van antisociaal en crimineel gedrag sterk afhangt van de mate van aanwezig toezicht (Fijnaut, 1990).

Deze factoren komen, samen met de theorieŽn, ook terug in het VJAP. Het VJAP geeft haar veiligheidsaanpak drie verschillende vormen, namelijk de gebiedsgerichte aanpak, de fenomeengerichte aanpak en de persoonsgerichte aanpak. In de gebiedsgerichte en fenomeengerichte aanpak komen de veronderstellingen en factoren uit het beleidsstuk samenleving en criminaliteit naar voren. De gemeente Rotterdam probeert in de onveilige wijken het onderwijsniveau, sociaaleconomisch niveau en de omgeving te verbeteren door preventieve en repressieve maatregelen. Door deze maatregelen en het vergroten van factoren, zoals opleidingsniveau, welvaart en gezinsverbanden, krijgen mensen meer bindingen met de maatschappij (in het geval van onderwijs en sociaaleconomisch niveau) en gelegenheid verdwijnt zodra de wijk opgeknapt wordt en het toezicht verbeterd.

Het verbeteren van toezicht en de invloed hiervan op het veiligheidsgevoel blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse Police Foundation in Washington D.C. Het bleek dat te voet surveilleren door de politie geen directe invloed had op de criminaliteitscijfers, maar wel op de veiligheidsgevoelens van mensen. In de wijken waar er meer surveillance te voet was, voelden mensen zich veiliger en waren ze positiever over de politie. Ook bij de politie zelf verbeterde de moraal, het werkplezier en de houding ten opzichte van de burger. Het uiteindelijke effect van de surveillance te voet was een wijk waar het gevoel van veiligheid hoger was (Wilson, 1982).

Het opknappen van de wijk houdt sterk verband met het broken windows effect. Het effect ontleent zijn naam aan een verschijnsel dat het eerst opgemerkt werd bij ingeslagen ramen: zodra er ťťn raam ingeslagen is, volgen er snel meerdere. Het blijkt dat een auto zonder zichtbaar mankement langer intact blijft dan een auto waaraan iets zichtbaar ‘ontbreekt’ (zoals een kapotte ruit) (Wilson, 1982). Dit is ook terug te voeren op een wijk. Als een wijk van een stad er verloederd en verpauperd uitziet, dan straalt dat een signaal uit dat niemand zich er in interesseert en dat het ook niet uitmaakt als er meer stuk gaat. Een nette wijk, zonder afval, vernielingen en dergelijke straalt dit niet uit en hierdoor is er minder neiging tot extra vernieling. Het opknappen en opruimen van wijken, beschreven in het VJAP, draagt dus bij aan het verminderen van het broken windows effect.

Onzichtbaar geweld
Binnen wijken spelen ook minder zichtbare problemen, zoals huiselijk geweld. De landelijke definitie van huiselijk geweld is geweld dat is gepleegd door iemand uit de huiselijke of familiekring van het slachtoffer. Deze huiselijke of familiekring bestaat uit (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en huisgenoten. De relatie tussen de dader en het slachtoffer is van belang, de locatie is dit minder. Ook geweld buitenshuis, waarbij er een huiselijke of familiaire relatie is tussen dader en slachtoffer, valt dus onder huiselijk geweld. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen kinderen, volwassenen en ouderen zijn (Van der Veen & Bogaerts, 2010).

In het VJAP is te zien dat deze landelijke definitie niet geheel overgenomen is. In het VJAP wordt gesproken over geweld tussen de muren van een woning of in een intieme relatie, maar er wordt niet gespecificeerd wat voor intieme relatie. De kern van het beleid ten aanzien van huiselijk geweld is het zichtbaar maken hiervan. Het zichtbaar maken van huiselijk geweld hangt in sterke mate samen met de sociale bindingentheorie en naming and shaming. De effecten van het zichtbaar maken van huiselijk geweld worden in een latere paragraaf behandeld.

Conclusie
Het is duidelijk geworden dat veiligheid geen specifieke definitie heeft, maar een erg breed begrip is. De overgang van de focus op criminaliteit naar de focus op veiligheid binnen beleidsstukken heeft geleid tot een bredere visie op de gevoelens van burgers. Het VJAP is een duidelijk voorbeeld van deze overgang en van de huidige focus op veiligheid. Naar aanleiding van bovenstaande analyse wordt ook duidelijk dat de broken windows theorie en de bindingentheorie belangrijke theorieŽn voor het VJAP zijn.



Ik hoop dat aan de hand van bovenstaand stuk het ťťn en ander duidelijk is geworden over de veronderstellingen en definities achter het Rotterdamse VJAP. Naast het bieden van een bepaalde visie op het VJAP, ben ik ook benieuwd naar jullie visie op dit beleidsstuk en de besproken onderwerpen, zoals veiligheid, overlast en huiselijk geweld.

Voor eenieder die geÔnteresseerd is in het VJAP zelf, dit is hier te vinden. Meer informatie is te vinden op http://www.rotterdam.nl/veilig

Reacties


Door Tweakers user Douweegbertje, dinsdag 16 juli 2013 22:50

Altijd onder het mom van "Samen werken aan veiligheid: voorkomen en handhaven".
Laten we met ze alle lekker een VJAP maken, lekker typen allemaal, discussiŽren en vervolgens even een leuke PR er overheen gooien.
Rotterdam veilig, Met ze alle voor een betere toekomst etc. verzin zelf nog maar een slogan.

Dus als je het eerlijk wilt weten? Ik vind dit soort dingen altijd van die politieke en bureaucratische onzin verzonnen door mensen met een meer dan modaal inkomen die van 9-5 achter hun bureau zitten om vervolgens weer terug te gaan naar hun gezellige wijk.

Uiteindelijk mag jij dus op je universiteit een stuk schrijven over een plan dat er al is (ipv zelf de hoort op en kijken hoe het wel zou moeten) terwijl heel Nederland geen besef heeft waar het over gaat + weet dat dit uberhaubt bestaat.

Uiteindelijk is het puur papier werk, een beetje gezicht voor rotterdam onder het mom "kijk hoe goed we samen met ze alle hier aan bezig zijn", maar uiteindelijk gebeurt er geen ruk. Dit leuke plan, was er ook van 2001-2006 oid, en nu weer en weldra weer. Volgens mij stikt het nog steeds van de zowat sloppenwijken en minder 'leuke' mensen.

Maar nee, alles gaat beter hoor, zie fig. 1 (plantsoen medewerkers bij een boompje die nieuwe plantjes planten).

Reageren is niet meer mogelijk